Weinig pretparken ter wereld hebben zo'n ongebruikelijke oorsprong als BonBon-Land. Het begon niet met een droom over achtbanen of themawerelden, maar met snoepjes die roken naar hondenprutten, meeuwenpoep en natte luiers. En dat was geen ongeluk.
Een snoepfabrikant met een bijzonder idee
In de jaren tachtig besloot Michael Spangsberg zijn snoeplijn een heel andere richting op te sturen. Waar andere fabrikanten kozen voor fruitsmaken en neutrale namen, bracht hij snoepjes op de markt met namen als Hundeprutter (hondenprutten), Mågeklatter (meeuwenpoep) en Tissebleer (plas-pampers). De geur en vorm van de snoepjes pasten bij de naam. Kinderen waren er gek op. Ouders kochten het omdat de verontwaardiging het lachen verslaat.
De snoepjes sloegen aan. Al snel wilden mensen de fabriek zien waar dit allemaal gemaakt werd. Spangsberg organiseerde rondleidingen, maar de Deense overheid stak daar een stokje voor vanwege strengere hygiëneregels. Een fabriek openstellen voor bezoekers bleek niet zomaar te kunnen.
Van fabriek naar park
In plaats van het erbij te laten zitten, bedacht Spangsberg een alternatief. Als mensen de fabriek niet in mochten, zou hij een park bouwen rondom het idee van BonBon. In 1992 opende BonBon-Land de poorten. Het begon bescheiden: een kleine nagebouwde fabriek, een snoepwinkel en vier eendenbootjes op het water. Maar de naam en het concept trokken bezoekers, en het park groeide snel.
In de jaren daarna werden steeds meer attracties toegevoegd. De grappige namen en figuren van de snoeplijn werden verwerkt in de decoraties, de achtbanen en de speelzones. De Hundeprutterutchebane werd een begrip. Het park ontwikkelde een eigen stijl die moeilijk te kopiëren valt: absurd, grappig en tegelijkertijd toegankelijk voor alle leeftijden.
Overname door Parques Reunidos
In 2007 werd BonBon-Land overgenomen door het Spaanse concern Parques Reunidos, dat wereldwijd tientallen pretparken beheert, waaronder Bobbejaanland in België en Attractiepark Slagharen in Nederland. De overname bracht professionalisering met zich mee, maar de humoristische identiteit van het park bleef behouden. BonBon-Land trekt jaarlijks rond de 450.000 bezoekers, een fors aantal voor een park op een plattelandslocatie in het zuiden van Zeeland.
Tips voor een bezoek
BonBon-Land werkt het beste als je er niet te gespannen naartoe gaat. Het is geen park voor extreme recordbrekende achtbanen, maar voor een ontspannen dag vol humor en beleving voor het hele gezin. Neem de tijd om de decoraties te bekijken en de namen van de attracties op je in te laten werken — veel van de grappen ontgaan je anders.
Ga vroeg op de dag naar de populairdere achtbanen zoals Viktor Vandorm met VR, zodat je de langste wachtrijen voorkomt. Zorg dat je voldoende Deense kronen of een betaalpas bij je hebt, want niet alle verkooppunten accepteren buitenlandse kaarten zonder problemen.
Combineer je bezoek eventueel met Camp Adventure, dat op maar 7 kilometer van BonBon-Land ligt en een heel andere sfeer heeft. Avonturiers die ook van hoogte houden, vinden daar hun gading in de boomkroonpaden. Wie de gehele regio wil doorkruisen, plant BonBon-Land als tussenstop op weg naar of van Kopenhagen, waar Tivoli op iets meer dan een uur rijden een bezoek waard is.
Het park blijft, ondanks de internationale eigenaar, een uitgesproken Deens product. De humor, de namen, de figuren — het is allemaal geworteld in een lokale snoeptraditie die nergens anders zo tot leven is gekomen. Dat maakt BonBon-Land tot een van de meest eigenwijze pretparken van Noord-Europa.